3. HET PLICHTSBEWUSTZIJN
Bij de uitoefening van zijn taak doet de Inspecteur van financiën beroep op zijn kennis, zijn bekwaamheid en ervaring.
Hij heeft de plicht zich voortdurend bij te scholen om deze noodzakelijke kwaliteiten op een voldoende peil te houden teneinde de efficiëntie en de effectiviteit van zijn prestaties te blijven waarborgen.
Gebruik van relevante gegevens, kritische reflectie, objectieve overwegingen en logisch denken zijn noodzakelijke voorwaarden bij adviezen en verslagen.
De inspecteur van financiën is voldoende beschikbaar voor de dienst, rekening houdend met de hoge particuliere eisen van de functie. Hij beijvert zich om zijn adviezen en zijn rapporten binnen een redelijke termijn te verstrekken rekening houdend met prioriteiten en noodzakelijke kwaliteitseisen van het gevraagde advies of rapport.